In Memoriam
26-07-1953 * 18-08-2023
Florian Aberle startte als werktuigbouwkundige en studeerde daarna af in 3D design aan 'the Academy of Arts' in Arnhem. Als designer werkte hij voor verschillende meubelproducenten voordat hij 1986 zijn eigen bedrijf begon. Hij ontwierp keramiek voor 'Schoonhoven Keramiek' en ontwierp zijn eigen porselein collectie die geproduceerd werden in de Saksen (Duitsland). Sinds 1994 ontwierp hij stoelen, tafels, lampen en, in samenwerking met Egeon Architecten, gebouwen vanuit zijn studio in Geulle, in de buurt van Maastricht.
Florian, of zoals velen hem noemden 'Floor' heeft in zijn leven velen mensen geraakt met zijn eigenzinnige manier van denken. Zo ook goede vriend Louis Lousberg. Dit inspireerde hem om in gesprek te gaan met verschillende contacten van Floor om zo zijn denkwijze te ontrafelen. Dit resulteerde in het stuk hieronder 'Van vaas tot villa'
Van vaas tot vila
Floor heb ik leren kennen toen hij een relatie kreeg met zijn vrouw Julia Stultiens. We raakten goed bevriend en spraken elkaar vaak over vormgeving; hij vanuit industriële vormgeving, ik vanuit architectuur. Allebei kregen we ongeveer tegelijkertijd kinderen en zetten onze gesprekken voort tijdens onze gezamenlijke vakanties naar Erquy, die wonderlijke plek aan zee in Bretagne. Heel soms liep dat hoog op, bijvoorbeeld tijdens een met Muscadet overgoten avond vlogen we elkaar bijna in de haren over de vraag wie nou de belangrijkste architect was, Le Corbusier of Mies van der Rohe? Ik was voor Le Corbusier, Floor voor Mies van der Rohe. Maar, onze bijna jaarlijkse gesprekken op ons strandje daar gingen meestal over techniek, over hoe je de dingen in de architectuur en industriële vormgeving maakt en vooral over hoe je dat laat zien. Zo kwam hij met het waanzinnige idee dat het mogelijk moest zijn om een raceauto zodanig te ontwerpen dat de vorm van de omhullende carrosserie mee verandert in de bocht om die nòg sneller te kunnen nemen. Deze gesprekken hebben veel voor mij betekend. Natuurlijk omdat ze gingen over iets wat ons allebei erg bezighield, maar ook omdat we elkaar daar vooral uitstekend in konden vinden, uitzonderingen zoals hierboven aangegeven daargelaten. Verschrikkelijk is het dat wij deze gesprekken sinds Floors overlijden niet meer kunnen hebben; ik heb ze afgelopen zomer, weer in Erquy, al enorm gemist.
Louis Lousberg, december 2024.
Inleiding
In hun toespraak tijdens de crematiebijeenkomst van Floor, verwezen Hans Ansems en Joep Sterman, voormalige docenten van de ArtEZ Academie voor beeldende kunsten in Arnhem en vrienden van Floor, naar één van de eerste werken van Floor: de vacuümgetrokken schaal waarvan de vorm puur door de techniek van het vacuüm trekken van een perspexplaat is ontstaan. Op dat moment viel bij mij het muntje, dààr ging het natuurlijk altijd over in Floors werk: het zichtbaar maken van het maakproces. Dit zou dan de rode draad in zijn werk zijn.
Het eerstvolgende idee was: we gaan er een verhaal van maken. Van Floor’s werk van begin af aan tot en met zijn laatste werk. We gaan daarbij in interviews, met mensen met wie hij is opgeleid of die zijn opdrachtgevers waren, toetsen of bovenstaande gedachtegang wel hout snijdt.
De interviews hebben we gehouden in het najaar van 2023 en het voorjaar van 2024. Ze zijn gerangschikt naar de rol die de geïnterviewden gespeeld hebben bij de totstandkoming van het werk.
Eerst komen vriendin uit de Arnhemse academie tijd Anneke Dekkers, Hans Ansems, oud-student van zelfde afdeling als Floor en samen met Floor organisator van de jaarlijks terugkerende reünie ‘Finals Reunited’ en oud-docent Joep Sterman aan het woord en tenslotte de altijd nauw betrokken bureaucompagnon en vriend Egon Kuchlein. Aan de hand van hun verhalen wordt de context geschetst waarin het werk van Floor begrepen kan worden.
Vervolgens vertellen opdrachtgevers over hun ervaring met Floor, een ervaring die, zo zal blijken, beter als samenwerking gekarakteriseerd moet worden. Want dat is tenslotte wat uit de gesprekken het meest nadrukkelijke naar voren komt: zonder de innemende, maar indien nodig ook persistente persoonlijkheid van Floor zou zijn werk nooit geleid hebben tot de door zijn opdrachtgevers unaniem geprezen kwaliteit.
Het ontstaan van de rode draad
“Het ding moet zijn eigen verhaal vertellen”
Hans Ansems
Floor begon in 1978 aan de ArtEZ Academie voor beeldende kunsten te Arnhem, bij de toenmalige afdeling 3D Design. Eerst had hij werktuigbouw aan de Hogere Technische School gestudeerd. Een belangrijke rol in de keuze daarna voor de academie had Anneke Dekkers: ‘Ik zat toen in het eindexamenjaar van de academie, eerst Mode en later Grafische Vormgeving. Floor had ambities om ook naar de academie te gaan, maar hij vond het eng. En, ik zei “probeer het, spring in het diepe en doe het”. Want hij wilde auto-ontwerper worden, daar ging het om’. Veel later heeft Floor dit in een van onze gesprekken bevestigd:
'Zij is mijn redding geweest. In plaats van mijn hele leven verder brommertjes op te voeren, ging ik naar de academie’.
Eén van zijn docenten, Joep Sterman, daarover: Hij had een soort voorsprong; inzicht in constructie, materiaal, dat soort dingen allemaal. Maar dat kan iemand ook best parten spelen. Je kunt namelijk zoals in werktuigbouw daarbij een vast stramien volgen, terwijl wij als ontwerpers het juist omdraaien. We gaan daarbij op zoek naar een andere weg, naar andere mogelijkheden om tot oplossingen te komen. Als ik het daar met Floor over had zei hij “dat hoef je me allemaal niet te vertellen, dat weet ik wel”, maar ik heb hem duidelijk gemaakt dat wij [ontwerpers] daar anders mee om gaan. Het gaat uiteindelijk om een evenwicht tussen vorm en technische mogelijkheden’.
Dat lijkt meteen de eerste streng van de rode draad in zijn werk: nooit herhalingen of platgetreden paden, maar altijd op zoek naar het nieuwe, zoals verderop zal blijken.
Maar nu eerst Joep verder: ‘Daarin is hij gegroeid. Zijn werk is ook uit techniek ontstaan, maar het leuke is, omdat het uit techniek is ontstaan, heeft het ook een nieuwe kwaliteit. Hij is altijd gefascineerd geweest door nieuwe dingen die konden ontstaan op basis van oude technische principes”. Hans Ansems, oud-student aan dezelfde afdeling als Floor, daarover: ‘Floor noemde dat een soort ingenieurskunst en dat heeft alles te maken met zijn achtergrond en met de tijd toen’. De term ingenieurskunst zal Floor ongetwijfeld ontleend hebben aan Le Corbusier die het begrip gebruikte in zijn manifest Vers une architecture in 1923 en als ultiem voorbeeld daarvan, jawel, de auto liet zien.
Voorbeelden uit het begin van Floors werk zijn de vaas en schalen die puur door experimenteren met vacuümtrekken zijn ontstaan, maar ook het porseleinen servies. Hans: ‘Kijk maar eens naar dit kopje, daar zit een technische kant aan, het vacuümzuigend apparaat, maar ook iets om het proces inzichtelijk te maken. Het ding moet zijn eigen verhaal vertellen, het moet zichzelf zijn; interessant vanuit de handeling. In het geval van het kopje dus van vierkant, de bodem, naar rond, de kop, en daartussen dan de door vacuümtrekken ontstane vorm. Het is geen styling, maar een verhaal.’
Hans duidt hiermee op de tweede streng van de rode draad in Floors werk: het laten zien van hoe iets gemaakt of in elkaar gezet is, het maakproces inzichtelijk maken, waarmee het object, of dat nou een kopje of een heel huis is, een soort vanzelfsprekendheid krijgt.
Joep beaamt dit:
‘Hij wilde dat de vorm inzichtelijk moest zijn. De vorm moet het resultaat van het principe zijn, anders was het niks waard. Wat dat betreft was het een echte Prinzipienreiter’
daarmee duidend op de derde streng van de rode draad: consequent blijven in de vormgeving en daarin persisteren, ook als het in de uitvoering moeilijk wordt.
Tijdens het gesprek valt me op dat zowel Joep als Hans het vaak over Floor als persoon hebben wanneer ze praten over zijn ontwerpactiviteit. Als ik hen er op wijs dat ik het graag vooral over zijn werk wil hebben, protesteren beiden. Ze benadrukken Floors persoonlijke kwaliteiten: ‘Floor kon goed mensen verbinden en hij was zeer hulpvaardig, hij stond altijd meteen klaar’. Tenslotte merkt Joep fijntjes op: ‘Ik kan me voorstellen dat je de persoon nauwelijks los kan zien van zijn werk, in dit geval’. Een opmerking die ik, toen Joep hem maakte, nog niet kon of wilde plaatsen, maar waar ik gaandeweg de verdere interviews niet meer omheen kon. Van diverse kanten werd ik er op gewezen dat een heel bijzonder aspect van grote invloed is geweest op de totstandkoming van Floors werk, de vierde en laatste streng van de rode draad: samenwerking.
Dit begon bij vriend van het eerste uur en latere buraucompagnon Egon Kuchlein. Hoewel Egon op de academie Omgevingsvormgeving studeerde, leerden zij elkaar kennen in de centrale werkplaats van de academie. De aanvankelijke binding was, weer, auto’s, want aldus Egon: ‘in Arnhem deed iedereen alles altijd met de auto’. De samenwerking tussen Floor en Egon begon al op de academie met het samen organiseren van de inrichting van de aula bij de eerstejaars introductiedagen. Daarna hebben ze samen een podium gemaakt voor de modeshow van het tweede jaar en ‘we hebben twee keer een heel groot feest in de academie ingericht, ook in samenwerking met andere academies, voor wel twee duizend mensen.’
‘In ons derde jaar kregen we onze eerste opdracht: een showroom Autobedrijf voor Arjan Vissinga.’
Na de studie verloren zij even het nauwe contact. Egon is zich meer gaan toeleggen op het kunstenaarschap, tentoonstellingen en manifestaties, terwijl Floor zich meer met productontwikkeling bezig hield. Maar het contact herstelde zich toen Floor en Julia in Amsterdam gingen wonen. De samenwerking werd weer opgepikt: ‘We kwamen tot onze samenwerking, overigens op voorstel van Floor, door een opdracht van mij in 2003 voor een woning in Borgharen, wel vergund, niet gerealiseerd.’ Vanaf 2003 tot 2020 ontstond alle interieur- en architectuurprojecten van Floor en Egon binnen de context van dat bureau: ‘Al deze projecten zijn in deze periode door en onder de naam van Egeon Architecten bna gerealiseerd. We bespraken het werk zoals werk binnen een bureausetting besproken wordt en we verdeelden de taken. In de loop der jaren transformeerde de samenwerking en was die wisselend, maar we werkten niet onafhankelijk van elkaar.’
Op mijn vraag of Egon iets wil vertellen over het maakproces van de dingen en in hoeverre dat dan zichtbaar moest zijn in het uiteindelijke resultaat, antwoordt hij: ’Kijk, Floor en ik kunnen auto’s repareren; wij kunnen Saab’s helemaal uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Ik ben van het echt zelf maken, Floor is meer van het er bovenop zitten, en dat maakt de details zeer uitvoerbaar. Dat we het kunnen maken. Dàt was het. De vacuümschaal is daarvan een helder voorbeeld. Maar ook..de lol zat hem in telkens weer met iets nieuws te werken, bijvoorbeeld van schoonbeton. Als we dat in de vingers hadden, gingen we weer vrolijk over naar de volgende uitdaging, zoals CLT (Cross Laminated Timber – kruislings gelamineerd hout.' Tenslotte:
‘Floor en ik hielden van het bouwproces, het maakproces, en het fascinerende moment dat een verzameling bouwmateriaal een onderkomen voor mensen wordt.’
De rode draad in opdrachten
De periode van de hier weergegeven opdrachten sterkt zich uit van 1998 tot en met 2023, een kwart eeuw dus. In die periode zijn de strengen van de rode draad van ‘nooit herhalingen of platgetreden paden’, ‘het maakproces inzichtelijk maken’ en ‘consequent blijven in de vormgeving en daarin persisteren’ steeds meer vervlochten geraakt met de streng van ‘samenwerking’. Om te laten zien in hoeverre dat in de interviews met de opdrachtgevers dominant naar voren komt, is onder de titels van die interviews een citaat daarover weergegeven.
Floor’s werk strekt zich uit van keramiek, lampen, interieur tot architectuur. Voor dit in memoriam is er voor gekozen om alleen te schrijven over werk waarover met geïnterviewden gesproken is, maar is wel geprobeerd om zo veel mogelijk van ook zijn andere werk te laten zien. Bij het bepalen van de volgorde van dit werk is er voor gekozen om dit niet te doen in chronologische volgorde, maar in de reeks opdrachtgevers min of meer van klein naar groot, omdat het gaat om het laten zien van de rode draad in het werk, ongeacht de grootte; van vaas tot villa.
Verbouwing woonhuis in Heveadorp 2003
“De balans tussen het esthetische en het praktische”
Antoinette de Beijer
Vriendin van het eerste uur, ook van de academie afdeling 3D-Design In Arnhem, Antoinette de Beijer en vriend Mike Mante zijn de opdrachtgevers van de verbouwing van hun vroegere woonhuis te Heveadorp. Het betrof een nieuwe entree, een aanbouw en een interieurverbouwing. Antoinette: ‘ Het leuke van de aanbouw is dat de contouren van het oude huis er in zijn blijven staan. Als je dan achter in de tuin stond, dan zag je door het glas de vorm van het oude huis weer. Dat kwam uit Floor zijn koker en dat was heel aardig eigenlijk.’ Mike: ‘En dit kwam ook uit Floor zijn koker: het glazen dak naast de voordeur. Alleen, de aannemer kwam uiteindelijk met een glazen dak met drie gelijke ruiten en dat kwam niet overeen met de glasindeling van de gevelpui daaronder. En dat pikte Floor niet, die zei “dat kan niet, dat moet in lijn doorgetrokken worden”. Toen moesten de ramen er weer uit en werden ze dus opnieuw geleverd.’
Andere mooie anekdote over Floors persistentie in esthetische perfectie is die over het balkonhek van de aanbouw. Mike: ‘Ik wilde het balkonhek over het hele balkon op het dak van de uitbouw hebben. “Nee”, zei Floor, “dat moet in lijn met het huis zijn”. Dus bleef er een stukje balkon hekloos en dat is niet fijn met een paar kleine kinderen die rondlopen.’ Antoinette hierover: ‘Dat soort dingen zijn bij Floor later wat meer in balans gekomen.’ Als voorbeeld van die latere balans tussen het esthetische en het praktische geeft zij: ‘Hij heeft ons bij de verbouwing van de badkamer hier in ons huis in Arnhem, waarbij je overigens naar buiten kijkt over de Rijn terwijl je doucht, in 2013 geadviseerd over de betegeling daarvan. Zijn idee was om achter alle functies, namelijk toilet, douche en wastafel, een ‘behangetje’ te maken van de bijzondere tegel die ik als partij op de kop had getikt, maar waarvan er niet genoeg waren voor de hele badkamer. De rest werd opgevuld met witte tegels.’
Verder over de verbouwing in Heveadorp: ‘De badkamer daar en vooral de keuken heeft Floor ook helemaal getekend en dat zat heel slim in elkaar; zoals een extra waterpunt, gebruik van standaard horecamaten om schalen en bakken te kunnen bergen, allerlei uittrekdingen enzovoorts. Dat vond ik het allerergste eigenlijk toen we daar weggingen, dat ik die keuken kwijt was’.
Met keukens had Floor wel iets. Wellicht omdat hij zelf goed kon koken, waarvan hij zelf zei: ’Ik hou niet zozeer van koken, maar vooral van lekker eten’, begreep hij heel goed wat handig was in een keuken. Voorbeelden daarvan zijn de keukens die hij ontwierp voor Ben Knüppe en Jacqueline de Beijer in Dordrecht.
Keuken Dordrecht en verbouwing grachtenpand Amsterdam
Dordrecht 2016/2017
”Laten zien! Kracht! Mooi!”
Floor Aberle
Ruim 7 jaar geleden heeft Floor de keuken van Ben Knüppe en Jacqueline de Beijer in Dordrecht gerealiseerd (zie website foto Appartement Dordrecht). Ben: ‘Het pand hebben we met vrienden laten bouwen en het werd casco opgeleverd. We hebben Floor in contact gebracht met onze architect Andries Lugten daar, monumentenarchitect en tevens echt een toparchitect. En, zowaar klikte het tussen hem en Floor. Ze waren het erg met elkaar eens, vaak ook tegen onze zin, maar goed. Floor daar voor de keuken, de badkamers en via een vriend van hem voor een in onze ogen gekke boekenkast gezorgd. Hij heeft daar heel veel mooi werk verricht
Op mijn vraag over hoe techniek het werk van Floor bepaald, antwoordt Ben: ‘In Dordrecht, stonden twee stalen pilaren van het monument in de hele grote woonkamer die we hebben. Onze bovenburen, met wie we bouwden, hebben in het kader van hun interieur die stalen pilaren weggemoffeld en verwerkt in muurtjes. Maar Floor zei ”Laten zien! Kracht! Mooi!” Dat gaf wel allerlei gedonder, want die pilaren moesten toen vanwege allerlei voorschriften bewerkt worden met brandwerende verf, maar het is wel heel mooi geworden’. Soortgelijk aan het simpelweg laten zien van het oude huis in de glazen aanbouw in Heveadorp laat ook hier Floor het oude in het nieuwe spreken.
Amsterdam 2011/2012
“Zijn verantwoordelijkheid hield niet op waar hij zijn pen neerlegde”.
Ben Knüppe
Ruim 5 jaar eerder heeft Floor voor het monumentale grachtenpand in Amsterdam het ontwerp gemaakt en de bouwbegeleiding gedaan. Het pand was oud en vervallen. Het bestond uit twee verdiepingen die volgebouwd waren met kleine kamertjes.
Ben: ‘Zijn idee was om van dat popperige gedoe, die twee appartementen, één appartement te maken. Daarin was hij gewoon rücksichtslos, zo van, die ombouw moet eruit, die trap moet dicht, die wc en badkamer slopen we en verder houden we het gewoon rustig. Het zijn rustige ruimtes, heel functioneel, heel voor de hand liggend, niet geforceerd.’
Tijdens de rondleiding door het huis wijst Ben een aantal keer op de aansluiting van de nieuw ingebouwde kasten op de bestaande schots en scheve wanden. Ook hier weer laat Floor nadrukkelijk zien wat oud en wat nieuw is, door het visueel van elkaar los te maken. Ben daarover: ‘laten zien dat het nieuwe er later is ingezet met respect voor het oude. Het zijn natuurlijk maar details, maar ik vind het geweldig.’ En over het hele pand: ‘Het is groot, het is gek, het is authentiek, wat wil je nog meer’.
Op mijn vraag over Floors betrokkenheid bij de bouwbegeleiding, bij de uitvoering, zegt Ben: ’Om een quote te gebruiken:
“Zijn verantwoordelijkheid hield niet op waar hij zijn pen neerlegde”.
Tijdens de bouw kwam hij soms samen met zijn compagnon Egon en dan werd ik ontzorgd. Geweldig hoe hij ons steeds begeleid heeft. Wij hadden weinig tijd, hij hakte vaak zelf op juiste wijze veel knopen door. Dat heeft hij echt heel goed gedaan’
Verbouwing woonhuis in Moorveld 2016
“Architecten? Oh my God…”
Pia van Heel, stratenmakers parafraserend
Opdrachtgevers voor de verbouwing in 2016 zijn Pia van Heel en Jean Muris. Pia: ‘We wilden iets met de garage en de bijkeuken, zoals een fatsoenlijke slaapplek voor onze twee uithuizige zonen en een uitbreiding van onze keuken. In een eerste versie had Floor de garage verlengd, waarin onder andere onze slaapkamer en badkamer waren ondergebracht. Een tijd daarna vonden we het toch een raar idee dat we beneden zouden slapen, terwijl het huis boven leeg zou staan. Toen zijn we met Floor gaan praten en, daar was Floor toch wel heel speciaal in, had hij daar alle begrip voor. Hij zei: “nou, dan beginnen we gewoon opnieuw.” In dat tweede plan was qua volume noch oppervlak uitbreiding nodig en werden de bestaande ruimtes heel handig en praktisch ingedeeld. Het betekende wel dat er extra buitendeuren moesten komen, muurtjes weg, lateien erin, enzovoorts.’
Wat opvallend is aan de keuken, is de ruimtevorm. Pia: ‘Het was een verlaagd plafond met een deel van de zolder (boven de voormalige bijkeuken) en nu is het heel ruimtelijk. Mooi is dat je de vorm van de buitenkant van het huis, nu binnen terugziet.’
Op mijn vraag hoe Floors betrokkenheid was bij de uitvoering toen de aannemer er was, antwoordt Pia duidelijk: ‘Héél groot. Hij had veel kennis van zaken, ook bouwtechnisch, maar wat ik ook heel knap vond bij Floor, is dat hij heel goed kon omgaan met de vooringenomenheid van sommige bouwmensen tegen architecten. Hij kon heel goed een weg vinden door mensen niet tegen zich in het harnas te jagen en uiteindelijk toch te laten doen wat hij getekend had. Bijvoorbeeld bij de stratenmakers die de oprit van het huis bestraatten, die hadden echt helemaal zoiets van: “Architecten? Oh my God…” Floor had de stenen in visgraatmotief getekend. Voor de stratenmakers was dat niet leuk, want die moesten aan de zijkant daardoor veel snijden. Maar dat heeft Floor ook weer zo wonderbaarlijk gedaan, dat ze echt na een paar dagen kwamen van: “Floor, kan je nog eens even meekijken?” Ik dacht echt: “Heb ik dit goed gehoord?”.’
Verbouwingen Brussel , Montalivet-les-bains en Amsterdam
Er zijn drie projecten waar Floor voor zijn zus Jos en haar man Charles van de Ven aan gewerkt heeft: de verbouwing en het interieur van hun woonhuis in Brussel, de inrichting van het vakantiehuisje in Montalivet les bains en de inbouw van hun casco appartement in Amsterdam.
Brussel 2002
“helemaal aangepakt… niet veranderd”
Jos Aberle
Het huis in Brussel had vier verdiepingen en bestond uit allemaal afgescheiden ruimtes. Jos: ‘We hadden een huis in de stad gekocht. Dat was een oud huis en daar moest het een en ander aan gebeuren. Floor heeft toen op de begane grond een hele nieuwe achtergevel en een kleine aanbouw ontworpen. Prachtig! Binnen heeft hij het ook helemaal aangepakt… niet veranderd want het kader van het huis is hetzelfde gebleven en de oude details zijn hetzelfde gebleven; hij heeft hier en daar wat uitgebroken opdat het karakter van het huis niet veranderde, maar er voor gezorgd dat de ruimte open was. De keuken is er bijgebouwd op de sous-terrain etage, die werd er bij betrokken door er licht van boven in te laten vallen.”
Op mijn vraag hoe de samenwerking met Floor in hun rol van opdrachtgever ging, antwoordt Jos: ‘We hebben geen ruzie gehad, zeker niet, maar we hebben wel eens gehad dat ik zei van ‘goh, kan het dan niet zo?” en dan zei hij “Ah Jos, dat is een beetje miezerig”.
Hij zag dat veel ruimtelijker dan ik natuurlijk, maar dat is ook zijn vak.’
Montalivet-les-bains 2021
“En zo schuiven we de keuken heel simpel naar buiten en weer naar binnen”
Jos Aberle
Over discussiemomenten gesproken. Bij de bouw en de inrichting van het vakantiehuisje in Montalivet-les-bains, een kant en klaar in Rotterdam ingerichte container/ tiny house, was wel het een en ander aan de hand. Jos:’ Met de bouwers/ inrichters van de container had Floor wel een conflict. Floor had het heel precies getekend, het is een kleine ruimte, dus elke centimeter telt. Bijvoorbeeld, met het isoleren hadden zij veel meer ruimte bemeten, dan Floor door gebruik van andere isolatie had getekend. Dat scheelde wel aan iedere kant 10 cm. Het bepaalde bijvoorbeeld of je ergens wel of niet tussendoor kon. Nou, dat was wel een dingetje. Zij zeiden ‘dat doen we altijd zo en verder geen nieuws”. Floor is er uiteindelijk mee op gehouden, die zei op een gegeven moment:“ Ik trek me terug”. Ik zat als opdrachtgever te ver in het proces, ik kon niet meer terug. “Nou ja” zei Floor “ dan moet je het verder zelf regelen” en dat heb ik gedaan en het is nog steeds een slepende kwestie’.
Jos over de keuken in de container: ‘Ik wil graag in de zomer als ik daar ben, buiten kunnen koken, op het terras. Dus moest de keuken verplaatsbaar zijn. Ik zat al helemaal na te denken over stukjes rails in de keuken en zo, maar Floor zei
“Jos, een stel wielen eronder is genoeg”.
En zo schuiven we de keuken heel simpel naar buiten en weer naar binnen’.
Amsterdam 2016
“Dit is wat er eerst was, en dit is er later ingebouwd.”
Jos Aberle
Het project in Amsterdam is gelegen in de nieuwbouwwijk Houthaven te Amsterdam en gerealiseerd in 2016. De inbouw is geheel gerealiseerd in Cross Laminated Timber (CLT) , hout dat niet alleen als bekleding van muren gebruikt kan worden, maar door de kruislings verlijming van de houtdelen ook als constructieve vloer- en wandplaten; volkomen nieuw voor die tijd.
Jos: Toen er nog niet gebouwd was, alleen de ontwerpen van de wijk er nog maar waren, vroeg ik Floor langs m’n neus weg of dit misschien iets was om te kopen. Zijn reactie was: “jaaa! gisteren had je dat al moeten doen!”’.
Ik wilde graag een heel open karakter. We hebben ook geen aparte kamers boven; we hebben ruimte. Floor was al bijna klaar met tekenen toen ik zei: “Ja, maar ik wil beneden toch ook een badkamer” waarop Floor zei: “Daar kom je lekker op tijd mee”. Maar, hij heeft hem er toch in gefrommeld.’
Charles: ‘Dat heeft hij goed gedaan. Bij al onze drie projecten wist hij van een klein oppervlak ruimtelijk iets groots te maken. Ik ben van huis uit afgestudeerd kristallograaf; nou ruimtelijker kan je het niet bedenken. Ik heb geleerd in de ruimte te denken en je herkent daardoor bij iemand die ook ruimtelijk moet denken als architect, wat hij wil. En dit wat hij hier gedaan heeft, vind ik magnifiek!’.
Jos:’ Het totale vloeroppervlak van de woning is circa 140 m2. Floor zei er op een gegeven moment van: “het lijkt een gigantische bejaardenwoning” omdat we geen aparte kamers hebben en alles, bed, keuken, alles, eigenlijk in één ruimte staat. We hebben er weer voor gekozen om een keukenblok te laten bouwen; het ontwerp ging ook hier weer in nauw overleg. De muren van het casco zijn uitgevoerd in schoon beton, waarmee het hout van de inbouwverdieping contrasteert’. Weer om te laten zien hoe het gemaakt is; dit is wat er eerst was, en dit is er later ingebouwd. Dat wilde hij ook altijd’.
Woonhuis in Noorbeek 2011
“Dat kan niet, dat muurtje moet”.
Floor Aberle
Het woonhuis van Eva Stultiens te Noorbeek werd ontworpen na veel perikelen over het bestemmingsplan van het bestaande eigen terrein. Floor heeft dat begeleid met tekeningen en veel vergaderen met de provincie en de gemeente. Eva: ’Wat ik heel lastig vond, is dat je op zo’n tekening wel van alles ziet, maar je vraagt je af hoe het er in het echt uitziet. “Ja”, zei Floor, “maar wat wil je dan?”. Nou, ik wil met achttienen aan tafel kunnen zitten, dat is gewoon de hele familie, ik wil géén kookeiland en minimaal twee badkamers. Verder weet ik het niet, dus Floor: doe je best! Nou, zei Floor later, omdat het nieuwe huis moet aansluiten op het oude vakwerkhuis met houten pen- en gatverbindingen, maken we er een houtskeletbouw huis van. Dat zijn we toen gaan tekenen en hebben heel veel overlegd met de gemeente.’
Het werken in houtskeletbouw was ook weer helemaal nieuw voor Floor. Hij en de leverancier daarvan waren er na afloop zeer tevreden over.
Eva verder: ‘Het huis werd ontworpen op zijn Floor’s: met goede isolatie erin. We hadden afgesproken dat Floor alles zou bepalen, maar dat werd wel een dingetje, namelijk: het muurtje van Floor. Floor zette zo midden in de woonkamer een muurtje, dat was om de ruimte een beetje te breken en de grote ruimte wat spannend te maken, want je wist niet wat daarachter gebeurde. Echter, dat muurtje stond om allerlei praktische redenen helemaal verkeerd, dus ik zei: we doen dat muurtje niet. Nou, dat was tegen het zere been, we hadden tenslotte afgesproken dat Floor alles zou bepalen. Floor zei “Dat kan niet, dat muurtje moet”. Toch wilde ik dat muurtje niet en ontstond er een impasse. Later belde ik hem op en stelde hij voor het muurtje aan de andere kant van de woonkamer te plaatsen, waarvan ik zei: ja, dat vind ik, met wat aanpassingen, goed. “ok”, zei hij ”dan doen we dat”. Even later, lachend, : ‘Maar, ik weet nog wel dat ik met Kerstmis aan tafel tegen mijn broer Jeroen naast me zei “Ik ga dit veranderen, want dit is onhandig”, waarop Jeroen zei “mag dat wel van Floor?” '.
Floor was er iedere dag tijdens de uitvoering van de bouw. Eva: ‘Vooral om te kijken hoe het ging maar ook om te overleggen, zoals met uitvoerder Chris Drijvers; ze leerden erg veel van elkaar. Hij was betrokken, heel erg betrokken.’ Vragend of de keuken gemaakt of gekocht is, antwoordt Eva: ‘ Die is van Ikea, want het geld was op. Uiteindelijk zei Floor “ weet je wat, we gaan gewoon naar Ikea, dat is prima.”
Eva concludeert tenslotte: ‘Het was een heerlijk huis. Je liep de trap af uit het oude gedeelte dat van steen was, naar het nieuwe huis en je kwam een atmosfeer in alsof je een soort warme deken om je heen kreeg. Het was echt heerlijk!’.
Villa in Bunde en Maastricht-Amby
Bunde 2002-2005
“Schoon beton is het ultieme van ‘laten zien hoe iets gemaakt’ is”
Floor Aberle
De villa in Bunde van opdrachtgevers Gert en Ans Nijenhuis en is gemaakt van schoon beton (zie website foto’s Villa in Bunde). Ik kan mij het enthousiasme van Floor en de technische wederwaardigheden van het werken in schoon beton nog levendig herinneren. Zo viel het niet mee om de bekisting na het drogen van het beton er zodanig af te halen dat er maar weinig beschadigingen van het betonoppervlak over bleven. Later repareren daarvan zou je namelijk altijd zien, dus het moest in een kéér goed. Dat begon al bij de juiste chemische samenstelling van het beton. En ook hier gold weer: het was Floor’s eerste keer dat hij er mee werkte.
Gert: ‘Floor heeft mij gewezen op Tadao Ando, daar was hij helemaal idolaat van. Aan de hand van Tadao Ando is het huis in Bunde gebouwd. Ik had er overigens niet eens over hoeven na te denken om ook iemand anders te benaderen, wat je normaliter wel doet.
Floor en Egon grepen dit met beide handen aan. Daar kwamen drie schetsontwerpen uit. De basis die wij in Bunde hebben gebruikt, was door Egon neergezet.’
Ans: ’Floor nam ons vervolgens mee op reis naar Milaan en onderweg hebben we in Duitsland werk van Tadao Ando bezocht; we waren meteen verkocht.’ Gert: ’Waarop wij zeiden: “dat basisontwerp van Egon zouden we wel uitgevoerd willen zien in beton” en dat heeft Floor dus helemaal gedaan.
Floor vond schoon beton het ultieme van ‘laten zien hoe iets gemaakt’ is.’
Op mijn vraag hoe dat nou ging met dat schoon beton, gaat Gert verder: ‘Op de eerste plaats moest er ter voorkoming van scheurvorming veel ijzer in. Verder hadden we via via een begeleider gespecialiseerd in het storten van beton er bij gehaald, die uitsluitend met door hem aangewezen medewerkers werkte zoals de man die de bekisting timmerde. En, de samenstelling van het beton speelde ook een grote rol, die werd bepaald door de constructeur. Het valt of staat tenslotte met de kwaliteit van het personeel.’ Ans: ’We hadden bijna geen grindnesten, het was echt heel mooi.’
Op mijn vraag in hoeverre Floor zich nog bemoeide met het hele proces, antwoordt Gert: ‘Hij kwam heel vaak kijken, want het was zijn kindje.’ Ans: ’Ik heb daar heel graag gewoond. Ik kon er moeilijk afscheid van nemen. Ja, ik vond het een heel mooi huis geworden toen. Maar dit nieuwe huis, bevalt ook, hier woon ik ook heel graag.’
Maastricht-Ambyerveld 2022
“Hoe gaan we dit doen, stond regelmatig ter discussie”
Gert Nijenhuis
Nog voordat we deze nieuwe villa te Maastricht-Amby binnen lopen, zegt Gert dat hij: ‘met Floor nooit een betere architect had kunnen treffen en dat zat hem in zijn betrokkenheid.’ Na een uitgebreide rondleiding door de villa, nemen we plaats aan de tafel op de eerste verdieping waar Gert wijst op het fantastische uitzicht. Gert: ’Toen hier nog niks was, had ik een ladder hier neergezet die je in een schraagstand kon zetten en ik zei tegen Floor: ”kom, we gaan kijken”. Daar ben ik toen opgeklommen, hij ook, om vanaf dat punt naar het uitzicht te kijken. Zo is het idee ontstaan om op de eerste verdieping een tweede living en tweede keuken te maken, boven die grenzend aan de tuin, die met het zwembad voor de zomer bedoeld is. In het begin, in de ontwerpfase, hebben we dagen zitten filosoferen over wat we zouden gaan doen hier en heeft hij helemaal volledig de kar getrokken.’
Het huis is op de eerste verdieping gemaakt in houtskeletbouw. Dat is opmerkelijk, want aan de buitenkant is dat niet te zien; de buitenmuren zijn van baksteen. Blijkbaar moet binnen het adagium van ‘laten zien hoe iets tot stand is gekomen’ onderscheid gemaakt worden tussen het laten zien van ‘hoe maak je het’; zie bijvoorbeeld de prononcering van de vloerranden in de gevel, waardoor je kunt zien dat daar een vloer zit, waaronder en waarop wanden zijn gezet, en ‘waarvàn maak je het’, waarbij het er bijvoorbeeld niet toe doet of een muurbekleding van baksteen daadwerkelijk laat zien of de dragende muur daarachter van steen is, maar net zo goed een houtskeletbouwwand kan zijn.
Gert vervolgt over de houtskeletbouw: ‘Dit huis is gemiddeld gebouwd met twee en een halve man, inclusief mijzelf, waar we drie jaar over gedaan hebben. Dat kan omdat je door de opbouw met houtskelet het met weinig mensen kan realiseren.’ Er zit daarnaast ook een dusdanige detaillering in dat ik de grootste ruzie zou hebben gekregen met een aannemer, als ik die had genomen. Er is over de uitvoering natuurlijk ook veel overleg en samenspraak geweest met Floor en mijn rechterhand, waarbij we “hoe gaan we dit doen” regelmatig ter discussie stelden. De betrokkenheid van Floor in Bunde was al groot, maar was hier in Amby eigenlijk nog veel groter.'
Ans tenslotte: ‘Floor praatte altijd met liefde en enthousiasme over iets; hij kon je echt enthousiast voor iets maken, en dat is bij dit huis goed gelukt.’
Laatste werk 2023
“Mag ik jouw keuken ontwerpen?”
Floor Aberle
Het laatste werk van Floor betreft advies bij de renovatie en het ontwerp van de keuken van een bijzonder woonhuis in Bunde. Het woonhuis is het ouderlijk huis van Floors vrouw Julia dat nu bewoond wordt door zijn dochter Eva, haar man Frederik Wesseling, hun zonen Lucas, Boris en Oscar. Floor heeft Eva, die zelf architect is, veel geholpen bij de renovatie, zoals bij het ontwerpen van de klimaatinstallatie, maar het ontwerp van het keukenblok is geheel van zijn hand. Dit laatste werk, uit Floors sterfjaar 2023, is een wit keukenblok dat midden in de ruimte staat en dat vooral bijzonder is door het toepassen van een spiegelende achter- en zijwand. Op mijn vraag aan Lucas, de oudste zoon van 5 jaar, wat hij vindt van de keuken, antwoordt hij: “Een beetje mooi. Omdat wit ook een beetje mooie kleur is. En omdat je naar jezelf kan kijken”.
Hoe dat zo gekomen is, vertelt Eva: “Wij wilden een leefkeuken; ik hou van koken en die keuken zou hier het middelpunt worden van de kamer. Toen papa een keer in Amsterdam was, hadden we een borrel in en een ruimte met allemaal spiegels. Zo kwam hij op het idee om dat hier bij het keukenblok ook toe te passen. Daarna zijn mijn moeder, papa en ik gaan kijken in het Depôt van het Boijmans van Beuningen in Rotterdam of dat wel kon. Hij zei onmiddellijk: ”het kan, het moet een spiegelend vlak worden”.’
Julia: ’En toen heeft hij ook aan Eva gevraagd: “mag ik jouw keuken ontwerpen?”. Eva: ’Natuurlijk mocht dat.'
Hij heeft vervolgens stalen opgevraagd bij de keukenfabrikant waar hij veel mee samenwerkte. Op die stalen zaten na verloop van tijd allemaal krassen, waarop Frederik zei: “Nee, dat moeten we dus niet doen, met al die krassen, die kinderhandjes erop, waarom zouden we nog een spiegel doen?” Nu is het geen spiegel geworden, daarvoor zou het ook te hard, een beetje kitscherig, zijn, maar een spiegelend oppervlak. Frederik vindt het inmiddels wel mooi.’
Julia: ‘Floor zei: “Omdat de achterkant van het midden in de kamer staande blok in het donker staat, zou het bij een zwarte achterwand een heel donker verhaal worden”.’ Eva vult aan: ‘Het blok valt nu niet op in de ruimte. Als je nu binnenkomt zie je het niet eens, het was een geweldig idee: het blok valt weg in de ruimte, het verdubbelt de ruimte ook en het weerkaatst het licht’. Mijn vraag of dit het laatste werk van Floor is, wordt bevestigend beantwoord; Eva: ‘Dit is zijn allerlaatste ontwerp’. En Julia: ‘Hij heeft het niet meer gezien, alleen in zijn hoofd. Maar meestal als hij iets in zijn hoofd had, kon hij zich dat heel goed voorstellen, dus ik denk dat hij wel weet hoe het is’. Eva: ’Daar ben ik wel heel blij om, dat dit hier in dit huis nog van zijn hand is: het is echt nog een zichtbaar ding.’
Tenslotte
Vraag is nu of de initiële rode draad van ‘het zichtbaar maken van het maakproces’ die in de eerste gesprekken is aangevuld met de strengen ‘nooit herhalingen of platgetreden paden’, ‘consequent blijven in de vormgeving en daarin persisteren’ en ‘samenwerking’ in de interviews met de opdrachtgevers en de daarbij behorende afbeeldingen van zijn werk zijn bevestigd. Ik denk dat dit zonder meer het geval is, de ene streng wat meer dan de andere, maar vooral de eerste en de laatste zijn nadrukkelijk naar voren gekomen. Hij stond voor zijn zaak en wist die met verve te realiseren.
Floor was altijd wat bescheiden over zijn werk; blijkbaar volkomen onterecht!
Dank aan Louis voor het afnemen van de interviews en het schrijven van dit in memoriam en dank aan alle geïnterviewden voor de hartelijke gesprekken over Floor. Het zijn herinneringen die we koesteren.
Julia, Eva, Merel, Noor